Hoe werkt het
Hebt u zich wel eens afgevraagd hoeveel
lasers u zelf in uw bezit heeft, of er in uw directe omgeving in
gebruik zijn?
Denk maar eens aan uw CD- of DVD-speler, aanwijspen,
alarminstallatie, de afstandsmeting in uw waterpas of
streepjescodelezers in winkels etc.
LASER is de afkorting van Light Amplification by Stimulated Emission
of Radiation, lichtversterking door gestimuleerde emissie van
straling.
Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het al zo’n 90 jaar geleden is
dat de theoretische basis van het laserprincipe door Albert Einstein
werd gepubliceerd. Pas in de vijftiger jaren kwam de ontwikkeling
van de laser op gang: eerst met behulp van microgolven en daarna pas
in 1960 met al dan niet zichtbaar licht. In het eerste geval, met de
zogenaamde MASER, was het eenvoudiger een systeem te ontwikkelen
doordat microgolven een veel grotere golflengte bezitten dan licht.
Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat men in plaats van een
welbekende gloeilamp te laten oplichten dit proces laat plaats
vinden in een buis (trilholte) met aan de uiteinden twee parallelle
spiegels die een heel aantal golflengten van het gewenste licht uit
elkaar staan.
Licht is een elektromagnetische straling, waarvan een deel door
cellen in ons oog geabsorbeerd kan worden. Deze elektromagnetische
straling komt voor als golven of als stroom massaloze
energiedeeltjes, de fotonen. Deze fotonen ontstaan als binnen een
atoom een elektron naar een lagere energietoestand terugvalt, en de
daarbij vrijkomende energie als foton uitzendt. Als men stroom
toevoert aan een gloeilamp zal de spiraal in de lamp oplichten omdat
de atomen in de spiraal tijdelijk in een hoger energieniveau komen
(atomen met aangeslagen elektronen), en bij terugval naar een lager
niveau zenden ze (licht) fotonen uit.
Bij een gloeilamp is dit licht van vele golflengten.
Bij de lasertechniek wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om
deze fotonen identiek te laten zijn, waardoor ze dezelfde golflengte
hebben (monochromatisch).
Door continu energie toe te voeren aan bovengenoemde buis of
trilholte ontstaat een sterke coherente lichtbundel van één
golflengte die men laat ontsnappen uit de buis door één van de
spiegels gedeeltelijk doorlatend te maken.
Er zijn thans vele soorten lasers. Enkele voorbeelden zijn de vaste
stof laser, de vloeistoflaser en de gaslaser. Een Argon-fluoride
Laser heeft een golflengte van 193 nm (UV), een Argon blauw Laser is
488 nm en een Yag laser 1064 nm (IR).
Om onduidelijke redenen heeft de laser in de Nederlandse veterinaire
wereld nog steeds niet de erkenning die hij verdient, terwijl er in
bijvoorbeeld Engeland en Duitsland wel op grote schaal gebruik
van word gemaakt. Misschien komt het omdat de laser in de beginjaren
werd gepresenteerd als systeem dat inwerkte op de acupunctuur
punten. Inmiddels is duidelijk dat de laserenergie lichaamscellen
activeert op vergelijkbare wijze als zonlicht op bladchlorofyl van
planten werkt.
Door het licht van de laser worden chromoforen geactiveerd.
Chromoforen bevinden zich in de mitochondriën van de lichaamscellen,
van waaruit de energiehuishouding wordt geregeld. Activatie van deze
chromoforen door laserlicht leidt tot een toename van ATP vorming.
Hierdoor komt meer energie vrij, waardoor de celfunctie wordt
aangezet en het celpompmechanisme optimaler kan gaan werken.
Hierdoor wordt ook de bloedsomloop gestimuleerd, wat met name in
slechtdoorbloede gebieden als pezen en kapsels, een sneller herstel
van blessures zal geven.
Effecten van laserbehandeling
- Activering van witte bloedlichaampjes
en macrofagen, waardoor fagocytose wordt aangezet. Hierdoor
versnelt het herstel van weefsel.
- Versnelde vorming van collageen.
- Positieve invloed op het lymfestelsel,
daardoor een betere afvoer van afvalstoffen.
|